donderdag 23 juli 2009
't is
soms wil ik wel eens boodschappen doen
voor duizend dagen en dan gewoon
wachten en de tijd zien, horen
en voelen vervagen.
nooit
beseffen
dat je elkaar dingen kan vertellen
die anderen helemaal niet hoeven te weten
beseffen
dat elkaar licht aanraken
even natuurlijk wordt als ademen
beseffen
dat ze je kan voorspellen
aan de hand van een zucht, een oogopslag, een blik
beseffen
dat ze je weet te raken
door een terloops gefluisterd compliment
beseffen
dat ze nooit de jouwe zal zijn
is het meest verrukkelijke venijn
alleen
zo moe
eenzaam als het laatste blad
dat in de herfst nog niet van de boom is gevallen
gedragen door de wind, helemaal vanboven
en niet weet wat nou beter is
sneuvelen, en de anderen vervoegen
of levend boven blijven,
helemaal alleen
vergeten
het is net alsof je verdrinkt, verzuipt, verwatert,
niks houdt je tegen, je valt, je verliest jezelf,
alles vergaat in vergetelheid.
je komt nog eenmaal boven water
je probeert je te redden, je klampt je vast aan die laatste strohalm,
iets roert zich, raak je terug weg uit dit bodemloze dal?
je probeert, je tracht, je krijgt goede moed.
alles in de doofpot, de vergeetput,
verdringen, verdrukken, weg ermee.
maar net als alles terug op z'n pootjes lijkt te belanden
zink je voor een tweede keer
dieper weg in de herinneringenput deze keer, je kan het niet
vergeten, alles steekt opnieuw de kop op, je verleden,
het haalt je in, daar lig je dan
verloren, vergeten, verwijderd uit de twijfelachtige zekerheid
misschien kom je nu niet meer boven water en wordt je niks anders dan
een cijfer in de statistieken, een paragraaf in een krant
of je vindt een allerlaatste reddingsboei
en je weet je terug naar het vasteland, onder de mensen te begeven
misschien
als ik het antwoord weet, zal ik het je laten weten,
als ik nog kan.
où?
waar ga je heen?
even naar buiten? een luchtje scheppen?
een sigaret roken? boodschappen doen?
of met je vrienden?
even weg naar café? een filmpje meepikken?
of simpelweg, bij iemand thuis,
rustig zitten, babbelen,
over de tijd van weleer.
soms vond je het niet leuk om ergens heen te gaan,
wou je dat ik meeging,
gingen we samen ergens heen,
ik, als jouw steun als je ergens helemaal niet wilde zijn.
bij je ouders, op doktersbezoek,
net voor een sollicitatie, bij de tandarts
ik hield zelfs je hand vast, als dat nodig was. en meer.
soms ging ik ergens heen,
alleen, in gezelschap, of met twee,
alleen vond ik leuk, even op mezelf,
in gezelschap, ook best gezellig,
maar met z'n tweeën ergens heen gaan
dan ging alles goed,
wist ik dat zelf de meest onmenselijke kwellingen verlicht zouden worden.
zo ging dat nu eenmaal, jij en ik,
samen. punt. meer had ik niet nodig.
nu laat ik je gaan, ik kan er niet meer zijn,
jij kan er niet meer zijn, deze reis doe je alleen.
waar ga je heen? ik weet het niet,
misschien ga je wel helemaal nergens heen, je l'ignore
ik kan je niet meer helpen, niet meer bijstaan.
waarom moest jij heengaan?
ik mis je.